de weg naar je bestemming

Meer dan alle goede voornemens

is er kracht in dát waarin Petrus ons is voorgegaan. Wanneer we hem daarin volgen, ervaren we...

lees meer...

We vieren Kerstmis!

Met een heel realistische boodschap, die te maken heeft met verleden, heden en toekomst. En die ons ...

lees meer...

De wortels van ons geloof

zijn voor ons van doorslaggevend belang. We steunen erop en putten er kracht uit. Ze zijn zo sterk, ...

lees meer...

Demonen en hun activiteiten (2)

Serie ‘Demonen’

2. DEMONEN EN HUN ACTIVITEITEN

door Arie van der Stoep


Er zijn nogal wat mensen, niet-christenen en christenen, die onder een juk leven. Een juk van angsten, dwanggedachten, geestelijke of lichamelijke pijnen die ze niet kunnen verklaren, schuldgevoelens en noch veel meer. Of ze doen dingen die ze niet willen, maar waartoe ze zich gedwongen voelen. Christenen vragen zich dan dingen af als: 'Waar blijft Gods verlossing, heeft Hij mijn zonden niet vergeven, ben ik niet echt bekeerd of is dit een straf?' En wat ze ook doen, ze komen er maar niet los van. Hebben ze dan niet genoeg geloof gehad of te weinig hun best gedaan? Nee, dat is het niet. Maar ze zijn 'gevangenen' (Jesaja 61:1). Van wie dan en hoe kan dat?


De vorige keer, in het artikel 'Demonen, vijanden van God en mensen', zagen we al dat er een oorlog aan de gang is. In die oorlog staan het Koninkrijk van God en het rijk van de satan tegenover elkaar. Aan Gods kant strijden zijn engelen, aan de kant van de satan staan de gevallen engelen (de demonen of boze geesten). Ieder mens die zich tot God heeft bekeerd, is uit de duisternis tot het licht gegaan, maar is daarmee tevens een vijand van de duivel geworden. Dat heeft gevolgen. Die mens wordt namelijk door hem bestreden, want hij wil hem onder zijn invloed houden of daaronder terugbrengen. En lukt dat niet, dan zal hij elke opening gebruiken die hij bij zo iemand nog kan vinden, om in zijn leven binnen te dringen en hem lastig te vallen.
 

Het beloofde land

Je zou zijn activiteiten het beste kunnen vergelijken met wat er in het land Kanaän gebeurde. De zichtbare wereld van het Oude Testament is, globaal genomen, namelijk een afbeelding van de onzichtbare wereld van het Nieuwe Testament. Toen Israël het beloofde land ging veroveren, woonden daar allerlei volkeren die net als het rijk der duisternis God vijandig gezind waren. Die volken moesten verdreven worden.

Zo is het ook met het beloofde land van ons leven met de Heer. Na onze bekering moeten alle terreinen van ons leven onder de heerschappij van God gebracht worden (Jakobus 4:7). Dat gebeurt niet vanzelf. Allereerst verzet ons eigen vlees zich daartegen. Maar ook het rijk der duisternis probeert zijn macht te handhaven. Het zal zich dan ook aan alles vasthouden waaraan het maar kan: alle rechten die het in ons verworven heeft, alle bastions die het opgebouwd heeft. En het zal alle verwoestingen die het aangericht heeft, trachten in stand te houden.
 

Niet in één keer

Achter al deze rechten, bastions en verwoestingen verschuilen zich de satan en zijn strijdkrachten. Zij zijn de tegenstanders die het zoveel mensen moeilijk maken om een leven van ontspanning en vreugde in de Heer te beleven. Zij zijn het die zovelen onder allerlei jukken hebben gebracht. Maar zij zijn ook degenen wier juk Jezus zal verbreken en die wij als zijn discipelen mogen verdrijven uit het leven van ieder die naar echte vrijheid verlangt (1 Johannes 3:8b).

Dat gebeurt niet altijd in één keer. Kanaän was allang door Israël veroverd, toen er nog altijd resten van die volken in het land woonden, die Israël vaak terroriseerden en soms zelfs overheersten. Dat kan ons iets leren over de vraag of een kind van God gebonden kan zijn. Ja dus. En net zoals Israël in Kanaän, hebben ook wij in ons eigen veroverde land (ons leven met de Heer) te maken met machtige en minder machtige tegenstanders. In sommige gevallen is een heel leven bezet gebied, in andere is de vijand alleen maar bij tijd en wijle aanwezig.
 

Vormen van demonische invloed

Zo kunnen we te maken hebben met:

a.    Bezetenheid. In dat geval is de vijand heer en meester over het hele gebied. In crisissituaties is het eigen denken, voelen en willen uitgeschakeld en heeft de bezetter de leiding overgenomen. Die persoon is letterlijk 'niet meer zichzelf' (Lucas 8:27-29).

b.    Gebondenheid. Alleen bepaalde delen van het land staan onder de heerschappij van de vijand. Het land Kanaän was door Jozua bevrijd, maar de stad Jeruzalem bijvoorbeeld werd pas door koning David veroverd. Zo kan iemand ook alleen op bepaalde terreinen van zijn of haar leven niet vrij zijn (Marcus 1:23-26; Lucas. 13:11-13).

c.    Kwelling. De vijand heeft geen echte zeggenschap (meer), maar resten van zijn heerschappij doen zich gelden, net zoals rondtrekkende benden soms jarenlang de Israëlieten konden terroriseren. Zij konden wel tijdelijk binnenkomen of aan de grenzen rondhangen, maar de delen van het land die zij kwelden, konden toch in zekere mate vrij blijven functioneren. Dat beeld komen we bij mensen ook tegen. De vijand vindt bij hen kennelijk een open deur die hem tijdelijk toegang verschaft tot die persoon (Lucas 6:18).

d.    Belasting. In het Oude Testament zag je Israël vaak onder de druk leven van een ander volk dat zich niet voortdurend binnen haar grenzen bevond, maar het wel belastingen oplegde. Zo kan een mens ook onder een bepaalde druk staan, waarvan de oorzaak op het eerste gezicht niet altijd concreet aan te wijzen valt, maar die maakt dat hij niet tot de volle opbrengst van zijn leven kan komen: de volle vreugde, ontwikkeling, relatie met zichzelf en met God. Deze situatie wordt vaak gezien als een vorm van gebondenheid (b).
 

Bevrijding nodig

Naast deze vormen van demonische invloed kun je als hun activiteiten nog noemen: verleidingen en allerlei tijdelijke, rechtstreekse aanvallen. Deze vallen niet onder het onderwerp waarmee we nu bezig zijn. In alle vier bovengenoemde gevallen is echter hulp nodig in de vorm van wat we 'bevrijding' noemen. Net zoals er in Israël bevrijders nodig waren om het land te zuiveren van de goddeloze bewoners of van de vreemde overheersers. Denk maar aan Jozua, de richters, Saul, David en verscheidene latere koningen.

Op dezelfde wijze heeft God Jezus gezonden om een einde te maken aan 'vreemde overheersing' (Hebreeën 2:14-15) en heeft Jezus op zijn beurt ons als zijn discipelen weer de opdracht gegeven om zijn werk voort te zetten en in zijn naam (namens Hem) de boze geesten uit te werpen (Marcus 16:7). Voor wie in Jezus gelooft, is er echte verlossing en bevrijding!

De volgende keer: Hoe kan een mens tot gevangene van de vijand worden?


Dit artikel werd in 1997 gepubliceerd in het gemeenteblad van de toenmalige Rafaël-gemeente van Waddinxveen.



Ga hier naar het volgende artikel: ‘Hoe demonen macht verkrijgen’.

Ga hier terug naar de pagina ‘Artikelenserie Demonen’.

Ga hier naar de Homepagina
.


 Print het artikel hier uit...