de weg naar je bestemming

Het zal voorbij zijn,

alle vragen, verwarring en geestelijke onderdrukking, daar, in dat wijd uitgestrekte land, waar we o...

lees meer...

Naar de toekomst kijken.

Dat is wat God Jesaja liet doen. En wat hij toen in de verre, verre verte zag, geeft je zo'n buiteng...

lees meer...

Meer dan een viering!

Pinksteren is bedoeld om een werkelijkheid in ons leven te zijn, een gebeurtenis met gevolgen, geke...

lees meer...

Vrezen, vreze des Heren

Vrezen, vreze des Heren

* Vrezen (in: 'God vrezen', de HEER vrezen, de Heer vrezen)
    =
(Hem) eerbiedigen, luisteren naar, eerbied bewijzen, aanbidden,
    geloven, liefhebben, gehoorzamen
(dit alles tezamen).

(God) 'vrezen' (zie bijvoorbeeld Romeinen 3:18 - de vreze Gods) is een veel omvattend begrip. Het duidt de houding en het leven aan van degene die zich geheel overgeeft aan God. Die kiest voor Hem. Met heel zijn hart gelooft hij (in) Hem, eerbiedigt, aanbidt, gehoorzaamt Hem en houdt van Hem. Hij vreest ervoor, ooit zonder Hem te moeten leven of zelfs om met Hem in conflict te komen. Want hij kan niet zonder Hem (Psalm 63:2). En gelukkig behoeft dat ook niet. Want God zal Hem nooit verlaten (Psalm 63:9).

Wie God vreest, doet ook iets anders: hij hoopt op zijn goedertierenheid (zie 'goedertierenheid'). Omdat hij weet dat hij heel veel van God mag verwachten, God ontzagwekkend is en doet wat Hij heeft beloofd en zich heeft voorgenomen. Daarom heeft hij een diep ontzag voor Hem. Want hij weet: er zijn maar twee mogelijkheden: vóór Hem of tegen Hem zijn (Lucas 11:23). Een neutrale zone is er niet. Dat vraagt een keuze. Die keuze wordt mede bepaald door de vrees, ooit in je zonden tegenover Hem komen te staan in het oordeel. Daarom houdt 'God vrezen' ook in: steunen op Gods goedertierenheid en vergeving.

Degene die God vreest, zegt: Maar mij aangaande, het is mij goed nabij God te zijn, de Heer HEER heb ik tot mijn toevlucht gesteld, ... (Psalm 73:28) en die weet dat ook het vers ervóór waar is: Want zie, wie verre van U zijn (= wie niet met U te maken willen hebben - AvdS), gaan te gronde, Gij verdelgt al wie overspelig U verlaat (= al wie bewust kiest voor een leven zonder U en vóór het luisteren naar afgoden - AvdS). Zo wil degene die God vreest, echter niet tegenover God komen te staan. Dat is God vrezen. Hij weet dat Hij vol liefde is en tegelijk ontzagwekkend.

Vreze des Heren heeft dus twee kanten. Het is niet angst voor God, maar een afkeer van het kwade (Romeinen 12:9-11), een vrees daarvoor. Omdat het scheiding maakt tussen God en jezelf. Dat is de ene kant.

De andere kant van de 'vreze des Heren' is: het verlangen dat je naar Hem hebt, naar gemeenschap met Hem, naar een leven met Hem. Je wilt niet dat daar ooit iets tussen komt. Je hebt een diep ontzag voor Hem en voor zijn liefde en genade. Je wilt daarmee niet in botsing komen door een andere weg te gaan, maar je daarin kunnen blijven koesteren. Je wilt dichtbij Hem blijven!