de weg naar je bestemming

NIEUW: Op weg naar het paradijs

We realiseren het ons vaak niet, maar we zijn op weg naar het paradijs! En dat is dichterbij dan we ...

lees meer...

Een geliefde zijn

Lang niet alles was in orde bij de Kolossenzen. Toch noemde Paulus hen: 'Uitverkorenen', 'heiligen' ...

lees meer...

Waar is God nu?

Wanneer je God kent, zijn tegenwoordigheid hebt leren ervaren en het lijkt of God het laat afweten, ...

lees meer...

Verlossing uit de macht van het dodenrijk (3)

Serie ‘Na de dood’

3. VERLOSSING UIT DE MACHT VAN DE DODENRIJK

door Arie van der Stoep


Praten over de dood doen we niet graag. Toch is hij er. En niet alleen als toestand, maar ook als persoon. Uit Openbaring 6:8 blijkt trouwens dat er iemand is, die voortdurend achter hem aansluipt. Zijn naam is: het dodenrijk. In de loop van de (bijbelse) geschiedenis komt zijn rol steeds duidelijker naar voren, totdat in Openbaring 20:14 wordt meegedeeld hoe het zal aflopen met dood en dodenrijk: Ze werden in de poel van het vuur geworpen, staat er.

Maar tot zolang werken die twee nauw samen en hebben ze niet veel goeds in de zin. Ze werden machtig door de zonde, nadat de mens ondanks Gods dringende waarschuwing toch at van de boom van de kennis van goed en kwaad. Sindsdien laten ze nadrukkelijk hun rechten op hem gelden. In de voorgaande twee artikelen van deze serie zagen we hoe God redding bracht uit het oordeel en uit de macht van de dood. Maar hoe zit dat met het dodenrijk? Welke rol speelt het? Heeft een christen ermee te maken?

Jakob zegt, als hij treurt om de vermeende dood van zijn zoon Jozef: Rouw dragend zal ik tot mijn zoon in het dodenrijk neerdalen (= ik zal over hem blijven rouwen, totdat ik sterf en naar het dodenrijk ga, waar ook mijn zoon is - Genesis 37:35). En Job zegt over degene die gestorven is: Gelijk een wolk verdwijnt en wegdrijft, zo stijgt wie in het dodenrijk neerdaalt, niet weer op. Nimmer keert hij terug naar zijn huis, nooit ziet zijn woonplaats hem weer (Job 7:9-10).
 

Meerdere niveaus

Volgens deze en andere teksten uit het Oude Testament gaat men bij het sterven naar het dodenrijk. Vele malen spreken schrijvers hun vrees daarvoor uit. Doorgaans is voor hen de macht van het dodenrijk over de gestorvenen definitief. Job zegt in Job 17:13,15,16: Wanneer ik het dodenrijk verwacht als mijn tehuis, in de duisternis mijn leger spreid,... waar ergens is dan mijn hoop?... Zij (= degenen die Job aanklagen) zullen naar de diepten van het dodenrijk neerdalen, wanneer wij tezamen in het stof neerzinken (= wanneer wij sterven en het graf ingaan). Voor Job is het dodenrijk een uitzichtloze plaats van duisternis. Ook spreekt hij over ‘diepten’ van het dodenrijk. Dit suggereert dat je er op eigen kracht nooit uit zult kunnen komen.

Tegelijk laat dat woord ‘diepten’ (meervoud) nog iets anders zien, namelijk dat daar meerdere gebieden zijn waar je kunt verkeren, meerdere niveaus van diepte. Het kan dus verschil uitmaken waar je in het dodenrijk terecht komt. Maar altijd blijft het voor Job en de andere schrijvers een plaats van gevangenschap. En Etan, de Ezrachiet, spreekt in Psalm 89:49 over het dodenrijk als over een persoon die sterker is dan de mens en die hem in zijn greep houdt: Welke mens leeft er, die de dood niet zien zal, die zijn ziel zal redden uit de macht van het dodenrijk?... Ja, welke mens?
 

Wat Jezus over het dodenrijk zegt

Zo komen we bij Jezus. Hij spreekt uitgebreid over het dodenrijk. Uit zijn woorden blijkt dat het dodenrijk niet opgevat moet worden als een zinnebeeldige voorstelling van het graf, maar dat het een reëel bestaand oord is. Hij doet dat in een bekend verhaal (Lucas 16:19-26):

Er was een rijk man, die gekleed ging in purper en fijn linnen en elke dag schitterend feest hield. En er was een bedelaar, Lazarus genaamd, vol zweren, neergelegd bij zijn voorportaal, die verlangde zijn honger te stillen met wat van de tafel van de rijke afviel; zelfs kwamen de honden zijn zweren likken. Het geschiedde, dat de arme stierf en door de engelen gedragen werd in Abrahams schoot. Ook de rijke stierf en hij werd begraven. En toen hij in het dodenrijk zijn ogen opsloeg onder de pijnigingen, zag hij Abraham van verre en Lazarus in zijn schoot. En hij riep en zei: Vader Abraham, heb medelijden met mij en zend Lazarus, opdat hij de top van zijn vinger in water dope en mijn tong verkoele, want ik lijd pijn in deze vlam. Maar Abraham zei: Kind, herinner u, hoe gij het goede tijdens uw leven hebt ontvangen en insgelijks Lazarus het kwade; nu wordt hij hier vertroost en gij lijdt pijn. En bij dit alles, er is tussen ons en u een onoverkomelijke kloof, opdat zij, die vanhier tot u zouden willen gaan, dit niet zouden kunnen, en zij vandaar niet aan onze kant zouden kunnen komen... (Lees verder in vers 27-31).

Uit dit verhaal, deze openbaring van Jezus (het is geen gelijkenis!), leren we over het dodenrijk het volgende:

a. Er is daar herinnering, herkenning en bewustzijn.
b. Er is daar een plaats van rust, troost en lafenis en een plaats van onrust, lijden en gebrek (dorst).
c. Er is een onoverbrugbare kloof tussen die plaatsen. Men kan niet verhuizen van het ene deel van het dodenrijk naar het andere.
d. Wie men op aarde is geweest en wat men heeft gedaan, bepaalt op welk van die plaatsen men terecht komt.
e. Er is behoud van persoonlijkheid: de mens blijft dezelfde die hij op aarde was. Zo zag de rijke man Lazarus nog steeds als iemand die je kon laten bevelen, om hem te dienen.
f. Engelen droegen Lazarus naar de plaats die voor hem bestemd was, de rijke niet. Denk in verband met hem aan Psalm 49:15 over degenen die op zichzelf vertrouwen: ‘...de dood weidt hen.’
 

Afgesneden uit het land der levenden

Het dodenrijk heeft nooit opgehouden te bestaan. Ook in het Nieuwe Testament is het aanwezig. Maar... Jezus sprák niet alleen over het dodenrijk, Hij deed meer. Daarover profeteert Jesaja. Eerst zegt hij in hoofdstuk 53:5-6: Om onze overtredingen werd hij doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld; de straf die ons de vrede aanbrengt, was op hem, ... Wij allen dwaalden als schapen (ver weg van God), wij wendden ons ieder naar zijn eigen weg, maar de HEER heeft ons aller ongerechtigheid op hem doen neerkomen.

Jesaja zegt dat onze redding tot stand zou komen, doordat Iemand onze plaats zou innemen om de straf voor onze zonden te dragen. Zo zouden wij vrijspraak ontvangen en zou de relatie met God, de vrede, hersteld worden.

Echter, tot de straf voor de zonde behoorde naast het kruis ook de dood en de gang naar het dodenrijk. En wat lezen we nu in Jesaja 53:8? Hij is uit verdrukking en gericht weggenomen (= hij is na het lijden en het oordeel dat hij onderging, gestorven), en wie onder zijn tijdgenoten bedacht (= wie van hen realiseerde zich), dat hij is afgesneden uit het land van de levenden (= dat Hij dus in het land van de doden, het dodenrijk, was)? Om de overtreding van mijn volk is de plaag (= het ondergaan van dood en dodenrijk) op hem geweest.
 

Een volledige verlossing

Wat Jezus naast het spreken over het dodenrijk ook deed, was: er zelf heengaan. Dat is wat Jesaja hier aankondigt. Hij móest er heengaan, zegt Jesaja, om de overtreding van mijn volk, van Israël dus en van ons allemaal. En in onze plaats. Vervolgens vermeldt Petrus in 1 Petrus 3:18-19 dat deze gebeurtenis ook werkelijk plaatsvond: Hij, die gedood is naar het vlees (= die aan het kruis is gestorven), maar levend gemaakt naar de geest (= die na zijn lijden aan het kruis weer hersteld werd in de relatie met zijn Vader), in welke (geest) Hij ook heengegaan is en gepredikt heeft aan de geesten in de gevangenis,... (= in het diepste deel van het dodenrijk).

Jezus was daar dus daadwerkelijk. Alleen, uit deze tekst blijkt dat Hij daar niet kwam als een arme, afgetobde lijder vanwege onze zonden. Dat was toen al voorbij. Hij kwam daar als de overwinnaar, de Zoon van God, die iets te vertellen had.
 

Sterker dan dood en dodenrijk

Met zijn gang naar het dodenrijk heeft Jezus het oordeel over de zonde volledig ondergaan en de verlossing die wij nodig hadden, volledig tot stand gebracht. God bevestigde dit door Hem uit de doden op te wekken. Dood en dodenrijk waren daarbij niet in staat om Hem vast te houden. Hun rechten en hun macht waren door zijn lijden en sterven teniet gedaan. God verkondigde door deze opwekking luid en duidelijk: ‘De zonde is weggedaan. Satan, dood en dodenrijk zijn verslagen.’

Eindelijk was er iemand gekomen die sterker was dan de dood en het dodenrijk! Jezus had, zoals Paulus in 2 Timoteüs 1:10 zei: ... de dood (en dus ook het dodenrijk) van zijn kracht beroofd en onvergankelijk leven aan het licht gebracht ... door het Evangelie (= door het Evangelie verkondigd dat er voortaan ‘onvergankelijk leven’ beschikbaar is).

Jezus beloofde in Johannes 11:25-26 tegenover Marta: ...Wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven, en een ieder, die leeft en in Mij gelooft, zal in eeuwigheid niet sterven,... Hij zal nooit meer van Jezus gescheiden worden en dus ook niet naar het dodenrijk gaan! Want Jezus was daar al voor hem. Het lichaam van zo iemand sterft dan wel, maar zijn geest, het diepste deel van zijn persoon, zijn wezen, leeft... in eeuwigheid.

Ik verlang heen te gaan en met Christus te zijn, want dit is verreweg het beste, schreef Paulus aan de Filippenzen (1:23). Het gaan naar het dodenrijk kun je niet bepaald ‘verreweg het beste’ noemen. Maar ‘met Christus te zijn’, met Jezus samen te zijn, is toch datgene waar elke christen die Hem kent, naar verlangen kan? En dit is nu wat God voor ons heeft bestemd na het sterven! Geloof je dat? vroeg Jezus aan Marta.


Er gebeurde nog veel meer, toen Jezus afdaalde naar het dodenrijk en ook daarna, bij zijn opstanding. Dingen die grote gevolgen hadden voor degenen die al eerder gestorven waren, maar ook voor de macht van het rijk van de duisternis. Daarover en nog veel meer valt te lezen in het boekje ‘Is er leven na de dood?’ van Arie van der Stoep. Hierin worden vanuit de Bijbel veel vragen beantwoord over wat er na de dood komt, en wordt belicht wat de ingrijpende gevolgen zijn van Jezus’ lijden, dood en gang naar het dodenrijk en van zijn opstanding. Het ISBN-nummer is 9 789086 030224. De prijs is € 8,50. Zie ook de pagina Boeken/Is er leven na de dood?

Dit artikel werd gepubliceerd in Charisma Magazine van april 2011. Het werd geschreven op basis van dit boekje.


 
Print het artikel hier uit...