de weg naar je bestemming

Mijn grootste aardse schat.

Wat is dat? En wat doe ik ermee? En... hoe krijgt die zijn grootste waarde en betekenis?

lees meer...

Heb ik rechten bij God?

Nou en of! En Hij wil dat ik dat zie en daaruit leef. Als Israël klaagt, dat God voorbijgaat aa...

lees meer...

SPECIAL: Wie is mijn naaste?

We kennen het verhaal. Maar Jezus zegt altijd meer dan het, oppervlakkig gezien, lijkt.

lees meer...

Verlossing uit het oordeel (1)

Serie ‘Na de dood’

1. VERLOSSING UIT HET OORDEEL

door Arie van der Stoep


Toen God de mens schiep, had Hij hem bestemd voor een stralende toekomst. Helaas koos de mens ervoor om niet God, maar de satan te geloven. Zo verbrak hij zijn relatie met Hem en verloor hij het uitzicht op het eeuwige leven. Het gevolg: de dood kreeg macht over hem. En met de dood trad er nog een andere duistere grootmacht zijn leven binnen: het dodenrijk.

Maar de zonde had nóg een gevolg. God had de mens de hoogste plaats in zijn schepping gegeven. Hij zou erover regeren en zorgen voor het goed reilen en zeilen ervan. En tot zijn stralende toekomst had ook het moment moeten behoren, dat hij tegenover God verantwoording voor zijn leven en de uitvoering van zijn opdracht zou afleggen en hij door Hem beloond zou worden. Door de zonde kreeg het feestelijke vooruitzicht van dat moment echter een dreigende naam en betekenis: het oordeel of gericht!
 

Het oordeel uitgesteld

In zijn genade liet God dit moment niet plaatsvinden, toen hij direct na de zonde van Adam en Eva naar hen toekwam. Had Hij dit wel gedaan, dan zou er nooit meer een oplossing voor de zonde hebben kunnen komen en waren zij voor eeuwig verloren geweest. Want God had gezegd: ... ten dage, als gij daarvan eet, zult gij de dood sterven (Genesis 2:17 - S.V.), dat is: zul je aan de macht van de dood onderworpen worden en daarmee voor eeuwig van God gescheiden zijn.

Maar God wilde zijn mens hiervan redden. Daarom liet Hij het oordeel niet al tijdens zijn leven plaatsvinden, maar stelde Hij het uit. Hij sprak alleen een voorlopig oordeel uit. En Hij deed nog iets. Hij beloofde de komst van iemand die de kop van de slang zou vermorzelen, iemand die de macht van de zonde zou verbreken. Door het oordeel uit te stellen, kon God de komst van die redder voorbereiden en had de mens de tijd om zich te bekeren en God te zoeken. Wel moest hij tot zolang wachten en ging hij naar het dodenrijk, waar de dood over hem heerste. Dat is wat er in het Oude Testament gebeurde.

Het is duidelijk: we hadden redding nodig uit het oordeel en van de macht van dood en dodenrijk. Over die laatste twee gaat het een volgend maal. Om te beseffen welke enorme gevolgen Jezus’ lijden, sterven en opstanding voor het oordeel hebben gehad, is het belangrijk om over dat oordeel vier dingen te weten:


1. In dat uitgestelde oordeel legt de mens verantwoording af.

Hoe waren zijn leven en daden? Heeft hij God gezocht? (Vergelijk Jeremia 29:11-13; Amos 5:4). Heeft hij beantwoord aan het beeld van God? (Vergelijk Genesis 1:26-27; Kolossenzen 3:5-10). Hoe heeft hij zijn opdracht als mens vervuld? (Vergelijk Genesis 1:26-28; 2:15). Wat heeft hij gedaan met Gods reddingsplan voor hem? (Vergelijk Johannes 1:9-12; 3:16-18).

Hij zal voor God niets kunnen verbergen. Hebreeën 4:13: Geen schepsel is voor Hem verborgen, want alle dingen liggen open en ontbloot voor de ogen van Hem, voor wie wij rekenschap hebben af te leggen.


2. In het uitgestelde oordeel wordt de eeuwige bestemming van de mens bepaald.

Johannes vertelt wat God hem daarover in een visioen liet zien (Openbaring 20:12+15): En ik zag de doden, de groten en de kleinen, staande voor de troon, en er werden boeken geopend. En nog een ander boek werd geopend, het boek van het leven; en de doden werden geoordeeld op grond van hetgeen in de boeken geschreven stond, naar hun werken (= naar hun daden, hun leven)... En wanneer iemand niet bevonden werd geschreven te zijn in het boek van het leven, werd hij geworpen in de poel van het vuur (= het eeuwig van God gescheiden zijn in de pijn van z’n eigen daden).

Deze verzen laten enkele belangrijke dingen zien:

a. Elk mens komt voor de troon van God. Niemand kan hieraan ontkomen.
b. Bij Hem is alles bekend over ons leven, doen en laten.
c. Daarover wordt ieder mens geoordeeld.
d. Er bestaat een mogelijkheid om opgeschreven te staan - bij God bekend te zijn - in ‘het boek van het leven’.
e. Zij die niet in dit boek staan, die dus God en het eeuwige leven niet hebben gezocht, maar in hun toestand van verlorenheid hebben volhard, zullen verloren blijven en een toestand van eeuwige duisternis en pijn tegemoet gaan in de ‘poel van het vuur’.
f. Wie in het boek van het leven geschreven staat, zal hieraan ontkomen.

Hieruit kunnen we een belangrijke conclusie trekken:


3. De mens oogst in de eeuwigheid wat hij op aarde heeft gezaaid.

Paulus beaamt dit in Galaten 6:7-8: ... wat een mens zaait, zal hij ook oogsten. Want wie op de akker van zijn vlees zaait (= wie leeft en handelt naar eigen goeddunken), zal uit zijn vlees verderf oogsten (= zal op grond daarvan de eeuwige verlorenheid, de eeuwige dood, de poel van het vuur ontvangen), maar wie op de akker van de Geest zaait (= wie leeft vanuit de wil en leiding van Gods Geest), zal uit de Geest eeuwig leven oogsten (= zal door toedoen van Gods Geest het eeuwige leven ontvangen).

Het leven dat de mens op aarde leeft, is dus bepalend voor zijn toestand na het sterven en na het oordeel. Wij zijn zelf verantwoordelijk voor wat ons na het sterven wacht! Het is van het grootste belang, dit vandaag in het oog te houden, want:


4. Tussen sterven en oordeel kan de mens geen andere richting meer kiezen.


Hebreeën 9:27 zegt kort en krachtig: Het is de mensen beschikt, éénmaal te sterven en daarna het oordeel. Hieruit blijkt dat de mens tussen sterven en oordeel niets meer kan doen dat invloed uitoefent op zijn definitieve bestemming in de eeuwigheid. Prediker 9:10 bevestigt dit: Al wat uw hand vindt om naar uw vermogen te doen, doe dat, want er is geen werk of overleg of kennis of wijsheid in het dodenrijk, waarheen gij gaat.

Het oordeel gaat dan ook uitsluitend over de tijd, dat men als compleet mens (met een lichaam dus) op aarde was. 2 Korintiërs 5:10 zegt: Want wij moeten allen voor de rechterstoel van Christus openbaar worden, opdat een ieder wegdrage wat hij in zijn lichaam verricht heeft, ... De tijd op aarde is de tijd van beslissing.
 

Hoe moet dat goed komen?

Als je deze dingen leest, dan vraag je je af: Hoe moet dat goed komen? Nu, daarvoor heeft God in zijn oneindige liefde en goedheid een oplossing gebracht. Die luidt: Jezus! Zijn naam betekent: God is redding. Of kortweg: God redt! En dat is de kern van het Evangelie. In Jezus Christus, Jezus de Messias, wordt zijn liefde en redding zichtbaar.

Johannes de Doper zei het al: Zie, het lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt (Johannes 1:29). En Petrus zei over Jezus: ... die zelf onze zonden in zijn lichaam op het hout gebracht heeft,... (1 Petrus 2:24). Dat was Gods oplossing voor een onoplosbaar probleem. Hij liet toe dat Jezus werd veroordeeld door mensen, door officiële rechtbanken, hoewel Hij onschuldig en zonder zonde was. Maar daarin droeg Hij het oordeel van God over onze zonden. Normaal had Hij helemaal niet behoeven te sterven. Maar als Lam van God was Hij Gods eigen offer voor ons, om onze schuld weg te nemen. Onder Gods oordeel kermde Hij het uit: Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten? (Matteüs 27:46). Drie vreselijke uren lang werd die verlatenheid van Gods oordeel over de zonde midden op de dag zichtbaar in een dikke duisternis, die allen omringde. Maar aan het einde daarvan kwam het verlossende woord: Het is volbracht! riep Jezus (Johannes 19:30). Het oordeel was ondergaan en de straf was gedragen. Er was verzoening tot stand gebracht tussen God en de mens. Als bewijs liet God Jezus opstaan uit het graf: de relatie tussen hen was hersteld, want zelf was Jezus zonder zonde geweest.
 

Gods antwoord

Er was nog een bewijs, dat de belemmering van de zonde tussen God en ons teniet was gedaan: bij Jezus’ sterven was het voorhangsel in de tempel gescheurd, van boven naar beneden: er was weer toegang tot de troon van God mogelijk. Daarom kon Jezus zeggen: Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven,... (Johannes 3:36). Je staat opgeschreven in het boek van het leven. En door geloof in Jezus ontvang je volgens Hem nog meer: ... wie mijn woord hoort en Hem gelooft, die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven en komt niet in het oordeel,... (Johannes 5:24). En als je niet in het oordeel komt, als er geen rechtszaak tegen je is, kun je ook niet veroordeeld worden. Dat is exact wat Jezus tegen Nicodemus zei: Wie in Hem (= in Jezus) gelooft, wordt niet veroordeeld (Johannes 3:18). Paulus benadrukt dit nog eens in zijn brief aan de Romeinen (8:1): Zo is er dan nu geen veroordeling voor hen, die in Christus Jezus zijn (= die hun vertrouwen op Hem hebben gesteld en steunen op wat Hij voor hen heeft gedaan).

God bracht zelf redding uit het oordeel. Door Jezus vormen de vier feiten over het oordeel waarover we daarnet lazen, geen dreigend perspectief meer. Voor wie in Jezus gelooft, is er toekomst!


Dit artikel werd gepubliceerd in Charisma Magazine van december 2010. Het is geschreven op basis van het boekje ‘Is er leven na de dood?’ van Arie van der Stoep. Hierin worden vanuit de Bijbel veel vragen beantwoord over wat er na de dood komt, en wordt belicht wat de ingrijpende gevolgen zijn van Jezus’ lijden, dood en gang naar het dodenrijk en van zijn opstanding. Het ISBN-nummer is 9 789086 030224. De prijs is € 8,50. Zie de pagina Boeken/Is er leven na de dood? ...


Print het artikel hier uit...