de weg naar je bestemming

Mijn grootste aardse schat.

Wat is dat? En wat doe ik ermee? En... hoe krijgt die zijn grootste waarde en betekenis?

lees meer...

Heb ik rechten bij God?

Nou en of! En Hij wil dat ik dat zie en daaruit leef. Als Israël klaagt, dat God voorbijgaat aa...

lees meer...

SPECIAL: Wie is mijn naaste?

We kennen het verhaal. Maar Jezus zegt altijd meer dan het, oppervlakkig gezien, lijkt.

lees meer...

Verlossing uit de macht van de dood (2)

Serie ‘Na de dood’

2. VERLOSSING UIT DE MACHT VAN DE DOOD

door Arie van der Stoep


Een mens wil graag vrij zijn! Je wilt liever niet door anderen overheerst worden. Toch hebben we toegelaten dat zonde ons bracht in de macht van dood en dodenrijk. En het oordeel, de dag van beloning, werd daardoor voor ons een dag van vrees. In het vorige artikel in deze serie, ‘Verlossing uit het oordeel’, werd beschreven hoe God hieruit redding gaf. Maar intussen lijkt de dreiging van de macht van de dood nog steeds dodelijk ernstig aanwezig te zijn. Hoever reikt die macht?


We kennen het verhaal van het paradijs. Hoe in die prachtige tuin een gevaarlijke boom stond, ‘de boom van de kennis van goed en kwaad’. Heel indringend had God gezegd: ‘Daarvan zult gij niet eten; want ten dage, als gij daarvan eet, zult gij de dood sterven’ (Genesis 2:17 - Staten Vertaling). Wie ervan at, kreeg deel aan het kwade en raakte daarmee voor altijd onderworpen aan de duisternis van de dood. Toch verwierp de mens Gods waarschuwing en at. Sindsdien heeft de dood op twee niveaus zijn intrede gedaan.
 

Sterven op twee niveaus

Allereerst op lichamelijk niveau. God beschreef dit in Genesis 3:19: ‘In het zweet van uw aanschijn zult gij brood eten, totdat gij tot de aardbodem weerkeert’ (= totdat je sterft en je lichaam het graf ingaat), ‘... want stof zijt gij en tot stof zult gij weerkeren.’ En ze stierven, Adam, Eva en allen die na hen kwamen tot nu toe. Hun lichaam ging het graf in en kwam tot ontbinding. Een huiveringwekkend einde voor een mens die door God mooi was gemaakt en bedoeld om te leven.

Maar de dood werkt ook op een ander niveau, het geestelijke. Daar trad het sterven nog eerder in. Dat blijkt uit wat er gebeurde, toen God na de zonde van de mens hem tot zich riep (Genesis 3:8): ‘Toen zij het geluid van de HERE God hoorden, die in de hof wandelde in de avondkoelte, verborgen de mens en zijn vrouw zich voor de HERE God tussen het geboomte in de hof.’

Ze verborgen zich voor Hem. De enorme kloof tussen de mens en God, ontstaan door de zonde, werd zichtbaar. Zijn relatie met Hem was stuk. De vreugde en intimiteit van de omgang met Hem was omgeslagen in vrees voor Hem. Tot op dat moment was hij door zijn diepe relatie met God bekleed, omgeven geweest met de heerlijkheid van God, dat is: met de schoonheid, de volmaaktheid, de heelheid en het gezag van God. Die heerlijkheid was hij kwijt: hij was naakt. Hij was ver van God verwijderd geraakt. Zo was op het geestelijke niveau Gods waarschuwing al direct in vervulling gegaan: geestelijk was hij al gestorven (Efeziërs 2:5), dat is: afgesneden van het leven uit God, afgesneden van het eeuwige leven.

Elk mens heeft daarmee te maken. ‘Want allen hebben gezondigd en derven (= hun ontbreekt) de heerlijkheid van God,’ zegt Paulus (Romeinen 3:23).  En, voegt hij er in Romeinen 5:12 aan toe, ‘zo is ook de dood tot alle mensen doorgegaan (= zo is de dood ook over alle mensen gaan heersen), omdat allen gezondigd hebben.’
 

De satan ontwapend

Zover reikt dus de macht van de dood. Van nature is de mens op het geestelijke vlak dood en gaat hij eeuwige duisternis en pijn tegemoet. Op het lichamelijke vlak is hij op weg naar het graf. Dat is het tragische deel van dit verhaal. Maar er is ook een uiterst hoopvol deel.

Zolang de zonden er waren en de schuld ervan niet was gedragen, zouden satan, dood en dodenrijk hun rechten op de mens behouden, zou het oordeel vernietigend voor hem zijn en zou duisternis voor eeuwig over hem heersen. Dit kon God niet verdragen. Hij houdt van ons. Er moest redding komen! Er was iemand nodig die de schuld van de zonde op zich wilde nemen, iemand die niet door eigen zonden onder het oordeel zou bezwijken, maar door zondeloosheid onaantastbaar daarvoor was.

En Hij kwam, Jezus, Gods eigen woord in menselijke gestalte. Als Gods offerlam nam Hij de zonde van de gehele wereld op zich, alsof Hij die zelf had gedaan. Hij onderging het oordeel erover, lichamelijk in een verschrikkelijk lijden en naar de geest in het vuur van Gods toorn en de smartelijke verlatenheid aan het kruis. Maar... daarmee behaalde Hij wel een gigantische overwinning! Het wapen dat de satan altijd tegen ons richtte, de zonde, werd hem namelijk uit handen geslagen: die was weggedaan. Toch was daarmee de verlossing nog niet compleet.
 

Ondergang bleek overwinning

Om volledige verlossing te brengen, moest Jezus het oordeel en de gevolgen van de zonde volledig dragen. God had gezegd: ‘... ten dage, als gij daarvan eet, zult gij de dood sterven.’ Dus moest Jezus na al dit lijden ook sterven. En dat gebeurde: ‘Want ... Christus is eenmaal om de zonden gestorven als rechtvaardige voor onrechtvaardigen, opdat Hij u tot God zou brengen, verklaarde Petrus (1 Petrus 3:18). Dat had direct gevolgen.

Want nu aan het kruis je zonden zijn vergeven en Jezus in jouw plaats de dood is ingegaan, zijn daarmee de rechten van de dood op jou opgeheven. Je behoeft niet meer bang voor hem te zijn. Hebreeën 2:14-15 zegt dat Jezus mens werd, ‘... opdat Hij door zijn dood hem, die de macht over de dood had, de duivel, zou onttronen, en allen zou bevrijden, die gedurende hun ganse leven door angst voor de dood tot slavernij gedoemd waren.’ Jezus’ sterven bracht vrijheid van de overheersing door de dood en van de angst voor hem. Zijn dood leek zijn ondergang, maar bleek juist zijn overwinning te zijn. ‘De dood is verzwolgen in de overwinning,’ zei Paulus (1 Korintiërs 15:54). En wie in Jezus gelooft, heeft deel aan die overwinning.

Op het geestelijke niveau wordt dit nu al zichtbaar. Door dit geloof wordt zo iemand opnieuw geboren en ontvangt hij eeuwig leven. De kracht daarvan maakt hem tot een nieuw mens. Het is namelijk het leven van Jezus dat in hem werkt. Daarnaast is voor hem het sterven een overgang naar een veilige plaats die Jezus al heeft voorbereid (Johannes 14:2).

Op het lichamelijke niveau lijkt de dood nog oppermachtig te zijn. Dat is echter schijn! Ook christenen sterven weliswaar. Want het lichaam móet sterven. Het is met de zonde verweven geweest en daardoor zwak, sterfelijk en vergankelijk. Maar ook ons lichaam gaat delen in Jezus’ overwinning over de dood. Hierover zo dadelijk.
 

Geen ontbinding in het graf

Want er heeft nóg een ingrijpende gebeurtenis plaatsgevonden. Jezus heeft niet alleen de réchten van de dood overwonnen, Hij heeft ook over zijn mácht gezegevierd. Petrus zei op de pinksterdag (Handelingen 2:24): ‘God ... heeft Hem (= Jezus) opgewekt, want Hij verbrak de weeën (= de macht) van de dood, naardien het (= omdat het nu eenmaal) niet mogelijk was, dat Hij door hem (= dat Jezus door de dood) werd vastgehouden.’ De grote triomf waarover het hier gaat, is dat de dood geen enkele mogelijkheid had om Jezus tegen te houden, toen God Hem opwekte en weghaalde uit zijn machtsgebied. Hij was machteloos. Sterker nog, hij was zelfs niet in staat geweest om Jezus’ lichaam aan te tasten, toen dat in het graf lag!

Petrus wijst erop dat dit al door David was geprofeteerd. Hij zegt: David heeft ‘in de toekomst gezien en gesproken van de opstanding van de Christus, dat Hij niet aan het dodenrijk is overgelaten, noch zijn vlees ontbinding heeft gezien’ (Handelingen 2:31). Op deze overduidelijke wijze toonde God aan dat Jezus zonder zonde was geweest, dat het oordeel over de zonde volledig was gedragen en dat de dood zowel zijn rechten als zijn macht was kwijtgeraakt. Jezus’ overwinning over de dood was totaal, zowel op het geestelijke als op het lichamelijke niveau!
 

Leven na de dood

Dit heeft grote gevolgen voor ons. Petrus zegt dat Jezus ‘onze zonden in zijn lichaam op het hout gebracht heeft’ (1 Petrus 2:24). En als de dood niet de macht had om Jezus gevangen te houden omdat Hij zonder zonde was, dan zal hij ons, wier zonden door Jezus aan het hout zijn gebracht en zijn weggedaan, net zomin kunnen vasthouden. Dan zullen ook wij opstaan uit de doden. ‘Want,’ zei Jezus, ‘dit is de wil van mijn Vader, dat een ieder, die de Zoon aanschouwt en in Hem gelooft, eeuwig leven hebbe, en Ik zal hem opwekken ten jongsten dage’ (Johannes 6:40).

Een christen heeft de toekomst! Op een dag zal hij uit het graf worden geroepen en een nieuw lichaam ontvangen. ‘Want de bazuin zal klinken en de doden zullen onvergankelijk opgewekt worden ... Want dit vergankelijke moet onvergankelijkheid aandoen en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen’ (1 Korintiërs 15:52-53). Ten teken, dat de heerschappij van de dood is afgelopen, zowel op geestelijk als op lichamelijk niveau, zullen wij een lichaam ontvangen dat onsterfelijk en onvergankelijk is. Het zal een ‘verheerlijkt’ lichaam zijn, zoals dat van Jezus na zíjn opstanding (Filippenzen 3:21).

De macht van de dood reikt vandaag niet verder dan het graf voor wie in Jezus gelooft. Voor hem is er leven na de dood! Hoewel, hoe zit het met het dodenrijk, die andere gevaarlijke vijand? Daarover de volgende keer.


Dit artikel werd gepubliceerd in Charisma Magazine van februari 2011. Het is geschreven op basis van het boekje ‘Is er leven na de dood?’ van Arie van der Stoep. Hierin worden vanuit de Bijbel veel vragen beantwoord over wat er na de dood komt, en wordt belicht wat de ingrijpende gevolgen zijn van Jezus’ lijden, dood en gang naar het dodenrijk en van zijn opstanding. Het ISBN-nummer is 9 789086 030224. De prijs is € 8,50. Zie ook de pagina Boeken/Is er leven na de dood?


  Print het artikel hier uit...