de weg naar je bestemming

Geheimzinnige, profetische woorden

over Gods 'heerban', over de dauw van uw jonge mannen die in 'heilige feestdos' oprijst uit de schoo...

lees meer...

Beelden van de ondergrondse kerk van China,

die zingt. Want de kerk van China leeft! Kijk naar de indrukwekkende video-beelden onderaan de pagin...

lees meer...

SPECIAL: Hoe het Koninkrijk van God komt

De Bijbel is vol van het spreken over het Koninkrijk van God. Wat is het en hoe komt het? Heb ik er ...

lees meer...

Moeilijke woorden in de Bijbel

Om een begrijpelijker woord te vinden voor een
moeilijk woord in de Bijbel: 
                     Kijk in de lijst hieronder!

Meer weten over de betekenis
van dat moeilijke woord?
                     Klik hieronder op dat oranje woord. 

Er komen steeds nieuwe woorden bij in de lijst!
Staat een moeilijk woord er nog niet bij?
                     Vraag dan naar de betekenis ervan via de pagina Contact.
                     Je krijgt e-mail-antwoord + het verschijnt in deze lijst.
 


Soms kun je moeilijke woorden in de Bijbel niet vervangen door
één enkel woord. Dan heb je meerdere woorden nodig om de betekenis
weer te geven, of zelfs een langere omschrijving.  

Wil je meer weten over de betekenis van een bepaald woord:
Klik dan op dat woord.

* Aanbidden = (zichtbaar) vereren, (zichtbare) verering geven.

* Belijden = erkennen en uitspreken (die twee samen).

* Discipel = leerling.

* Geheiligd = aangenomen en bestemd voor Hem.

* Genade = (onverdiende) gunst.

* Gerechtigheid = daad/daden van recht; het doen van recht.

* Gerechtvaardigd = vrijgesproken.

* Goedertierenheid = kracht (daden) van vergevende goedheid. 
* Goedertierenheid = welgezindheid; liefdedaden.

* Heerlijk = verheven, vol glans, vol majesteit, groot.

* Heerlijkheid = verhevenheid, glans, majesteit, grootheid.  
* Heerlijkheid = majesteitelijke glans.

* Heil = heelheid, redding, verlossing, heelmaking, volmaakt making. 

* Heilig = helemaal (bestemd) voor (God/Jezus).
* Heilig = toegewijd aan (God/Jezus). 
* Heilig = toebehorend aan (God/Jezus).

* Heilige = iemand die geheel voor God/Jezus bestemd is, die aan 
                Hem toebehoort. 
* Heilige = gelovige; toegewijde.

* Heiligen   = toewijden.
* Heiligen   = geheel voor Hem worden/maken; voor God bestemmen.
* Heiligen   = heilig maken.

* Heiligheid = toewijding; toegewijd-zijn.
* Heiligheid = (het) geheel-voor-God-bestemd-zijn;
                     (het) aan-God-toebehoren.
* Heiligheid = eenheid met God.

* Hoorn = naam; eer; aanzien.

* Kennen = deel hebben aan, een persoonlijke relatie hebben met...

* Recht: hiervoor is geen vervangend woord.

* Rechtvaardigen = vrijspreken.

* Uitverkiezing = roeping en bestemming voor Gods Koninkrijk.

* Uitverkoren = geroepen en bestemd voor Gods Koninkrijk.

* Tucht = opvoeding, correctie.

* Tuchtigen = opvoeden, corrigeren.

* Vergeven = kwijtschelden; niet toerekenen.

* Welgevallen = goedkeuring.
* Welgevallig zijn = tot vreugde zijn. 
* God welgevallig zijn = voor God een genoegen, een plezier, een
                     vreugde zijn.

* Zonde = kwaad (de zonde = het kwade; een zonde = een kwaad).

* Zondigen = kwaad doen.