de weg naar je bestemming

Wie zal mij veroordelen?

Hoe denken mensen over ons? Of wijzelf? Moet ik uitgaan van wat 'men' over mij denkt of van mij vind...

lees meer...

Vergeven maakt vrij.

Gods oplossingen zijn radicaal. Hij wil dat we echt vrij zijn. Dat we niet gebonden blijven aan wat...

lees meer...

Gods hartsverlangen vervuld.

God heeft een droom. Die mogen we leren kennen. Al gaat de realiteit ervan ons verstand ver teboven....

lees meer...

Moeilijke woorden in de Bijbel

Voor een moeilijk woord in de Bijbel een begrijpelijker woord vinden? 
                     Kijk in de lijst hieronder!

Over de betekenis van een moeilijk woord in de Bijbel meer weten?
                     Klik in de lijst hieronder op dat oranje woord. 

                     Er komen steeds nieuwe woorden bij in de lijst!
Staat een moeilijk woord er nog niet bij?
                     Vraag dan naar de betekenis ervan via de pagina Contact .
                     Je krijgt antwoord per e-mail + het verschijnt in deze lijst.
 


Vind hier het moeilijke woord! 

Maar pas op! Soms kun je moeilijke woorden in de Bijbel niet vervangen door
één enkel woord. Dan heb je meerdere woorden nodig om de betekenis
weer te geven, of zelfs een langere omschrijving. Kijk hieronder bijvoorbeeld
maar naar het woord 'heilige'. 
 

Wil je meer weten over de betekenis van een bepaald woord:
Klik dan op dat woord.

* Aanbidden = (zichtbaar) vereren, (zichtbare) verering geven.

* Belijden = erkennen en uitspreken (die twee samen).

* Discipel = leerling.

* Geheiligd = aangenomen en bestemd voor Hem.

* Genade = (onverdiende) gunst.

* Gerechtigheid = daad/daden van recht; het doen van recht.

* Gerechtvaardigd = vrijgesproken.

* Goedertierenheid = kracht (daden) van vergevende goedheid.
* Goedertierenheid = welgezindheid; liefdedaden.

* Heerlijk = verheven, vol glans, vol majesteit, groot.

* Heerlijkheid = verhevenheid, glans, majesteit, grootheid.
* Heerlijkheid = majesteitelijke glans.

* Heil = heelheid, redding, verlossing, heelmaking, volmaakt making.

* Heilig = helemaal (bestemd) voor (God/Jezus).
* Heilig = toegewijd aan (God/Jezus).
* Heilig = toebehorend aan (God/Jezus).

* Heilige = iemand die geheel voor God/Jezus bestemd is, aan Hem
                toebehoort.
* Heilige = gelovige; toegewijde.

* Heiligen   = toewijden.
* Heiligen   = geheel voor Hem worden/maken; voor God bestemmen.
* Heiligen   = heilig maken.

* Heiligheid = toewijding; toegewijd-zijn.
* Heiligheid = (het) geheel-voor-God-bestemd-zijn;
                     (het) aan-God-toebehoren.
* Heiligheid = eenheid met God.

* Hoorn = naam; eer; aanzien.

* Kennen = deel hebben aan, een persoonlijke relatie hebben met...

* Recht: hiervoor is geen vervangend woord.

* Rechtvaardigen = vrijspreken.

* Tucht = opvoeding, correctie.

* Tuchtigen = opvoeden, corrigeren.

* Uitverkiezing = roeping en bestemming voor Gods Koninkrijk.

* Uitverkoren = geroepen en bestemd voor Gods Koninkrijk.

* Vergeven = kwijtschelden; niet toerekenen.

* Vrezen = eerbiedigen, luisteren naar, eerbied bewijzen, aanbidden,
                  geloven, gehoorzamen (dit alles tezamen).

* Vreze des HEREN = God eerbiedigen, enzovoort. Zie bij 'vrezen'. 

* Welgevallen = goedkeuring.
* Welgevallig zijn = tot vreugde zijn.
* God welgevallig zijn = voor God een genoegen, een plezier, een
                     vreugde zijn.

* Zonde = kwaad (de zonde = het kwade; een zonde = een kwaad).

* Zondigen = kwaad doen.