de weg naar je bestemming

Wat een donker dal kan doen.

Dat het gaan door een dal van diepe duisternis positieve gevolgen kan hebben, kunnen we ons nauwelij...

lees meer...

Naar het einde van het dal.

Davids woorden over een dal van diepe duisternis kan dezer dagen door de crisis actueel zijn. Maar e...

lees meer...

De gebeurtenissen rondom het virus -

hoe bepalen we daarin onze houding? Voor die vraag worden we vandaag gesteld. En ook voor de vraag h...

lees meer...

Moeilijke woorden in de Bijbel

Voor een moeilijk woord in de Bijbel een begrijpelijker woord vinden? 
                     Kijk in de lijst hieronder!

Over de betekenis van een moeilijk woord in de Bijbel meer weten?
                     Klik in de lijst hieronder op dat oranje woord. 

                     Er komen steeds nieuwe woorden bij in de lijst!
Staat een moeilijk woord er nog niet bij?
                     Vraag dan naar de betekenis ervan via de pagina Contact .
                     Je krijgt antwoord per e-mail + het verschijnt in deze lijst.
 


Vind hier het moeilijke woord! 

Maar pas op! Soms kun je moeilijke woorden in de Bijbel niet vervangen door
één enkel woord. Dan heb je meerdere woorden nodig om de betekenis
weer te geven, of zelfs een langere omschrijving. Kijk hieronder bijvoorbeeld
maar naar het woord 'heilige'. 
 

Wil je meer weten over de betekenis van een bepaald woord:
Klik dan op dat woord.

* Aanbidden = (zichtbaar) vereren, (zichtbare) verering geven.

* Belijden = erkennen en uitspreken (die twee samen).

* Berouw = inkeer, afkeer, terugkeer van.

* Discipel = leerling.

* Geheiligd = aangenomen en bestemd voor Hem.

* Genade = (onverdiende) gunst.

* Gerechtigheid = daad/daden van recht; het doen van recht.

* Gerechtvaardigd = vrijgesproken.

* Goedertierenheid = kracht (daden) van vergevende goedheid.
* Goedertierenheid = welgezindheid; liefdedaden.

* Heerlijk = verheven, vol glans, vol majesteit, groot.

* Heerlijkheid = verhevenheid, glans, majesteit, grootheid.
* Heerlijkheid = majesteitelijke glans.

* Heil = heelheid, redding, verlossing, heelmaking, volmaakt making.

* Heilig = helemaal (bestemd) voor (God/Jezus).
* Heilig = toegewijd aan (God/Jezus).
* Heilig = toebehorend aan (God/Jezus).

* Heilige = iemand die geheel voor God/Jezus bestemd is, aan Hem
                toebehoort.
* Heilige = gelovige; toegewijde.

* Heiligen   = toewijden.
* Heiligen   = geheel voor Hem worden/maken; voor God bestemmen.
* Heiligen   = heilig maken.

* Heiligheid = toewijding; toegewijd-zijn. 
* Heiligheid = (het) geheel-voor-God-bestemd-zijn;
                     (het) aan-God-toebehoren.
* Heiligheid = eenheid met God.

* Hoorn = naam; eer; aanzien.

* Kennen = deel hebben aan, een persoonlijke relatie hebben met...

* Recht: hiervoor is geen vervangend woord.

* Rechtvaardigen = vrijspreken.

* Tucht = opvoeding, correctie.

* Tuchtigen = opvoeden, corrigeren.

* Uitverkiezing = roeping en bestemming voor Gods Koninkrijk.

* Uitverkoren = geroepen en bestemd voor Gods Koninkrijk.

* Vergeven = kwijtschelden; niet toerekenen.

* Vrezen = eerbiedigen, luisteren naar, eerbied bewijzen, aanbidden,
                  geloven, gehoorzamen (dit alles tezamen).

* Vreze des HEREN = God eerbiedigen, enzovoort. Zie bij 'vrezen'. 

* Welgevallen = goedkeuring.
* Welgevallig zijn = tot vreugde zijn.
* God welgevallig zijn = voor God een genoegen, een plezier, een
                     vreugde zijn.

* Zonde = kwaad (de zonde = het kwade; een zonde = een kwaad).

* Zondigen = kwaad doen.